acro en turnen

acro

turnen

Het weer
regen Temp: 10 C° Wind: N3
Dinsdag 4 November 2008 | Zelfkrantmaken.nl , je eigen krant maken, sinds 2008 | Gratis editie voor geheel Nederland

acro en turnen

acro en turnen acro acro is moeilijk turnen is makkelijker
acro
apeldoorn acro is een combinatie van dansen en turnen en natuurlijk acrobatiek
het is moeilijk
een soort van op elkaar klimmen
turnen
turnen is makkelijker dan acro
tarnen is met de balk de brug de langemat en de sprong
nathalie zegt:
ik vind het leuke sporten
en ik doe het graag
ik turn van 7 tot 8 uur
en ik acro van half6 tot half 8
en ik heb 27 februari een acrowedstrijs
en daarvoor hebben wij een zaaltje gehuurt om exstra met onze oefening te oefenen
en met turnen ben ik club kampioen geworden
julian zegt:
ik vind het stom en ik hoop dat mijn zus laatste word
papa(jan) en mama (thea) zeggen:
ik ben trots op mijn meisje en ik vind dat ze het goed doet ik hoop dat zij steeds 1ste word

info over acro

ACROGYM
dames paar (2 vrouwen) heren paar (2 mannen) mix pair (een jongen/meisje. de jongen moet altijd de onderpartner zijn) dames groep (3 vrouwen), in de E en D lijn is heren groep ook toegestaan heren groep (4 mannen) heren groep (5 mannen (heren 5) Een damesduo neemt het tijdens de wedstrijden alleen op tegen de andere damesduo's, de heren groepen alleen tegen de heren groepen enzovoorts. Ook wordt er geselecteerd op leeftijd, de senioren gaan alleen tegen de senioren en de junioren gaan alleen tegen de junioren.


De oefening vindt plaats op een vierkante vloer, deze 'vloer' is eigenlijk een goed verende mat (dezelfde als bij het turnen en ritmisch gymnastiek van 12 bij 12 meter). De oefening, op muziek (mag niet langer dan 2.30 duren) bestaat uit een aantal turnonderdelen en choreografie, aangevuld met acrobatische elementen. Deze elementen zijn onderverdeeld in balanselementen, tempo-elementen en individuele elementen.

Een team bestaat uit een sterke onderpartner(s) en een lichte bovenpartner. Hierbij voert de bovenpartner elementen uit en doet de onderpartner als het ware als "turntoestel"na. Dit betekent niet dat de onderpartner alleen sterk hoeft te zijn! Soms tilt of gooit de onderpartner(s) de bovenpartner in een houding waar niet alleen kracht maar bijv. ook lenigheid voor nodig is. De bovenpartner en de onderpartner moeten goed op elkaar ingespeeld zijn. De timing is vooral bij tempo onderdelen van groot belang.

Als de bovenpartner wil oefenen zonder de onderpartners heb je hiervoor een hulpmiddel, de 'handstandpaaltjes' ook wel paaltjes of de blokjes genoemd. Deze paaltjes is een houten plaat met 2 palen erop. De palen bootsen de armen van de onderpartner(s) of de benen van de onderpartner(s0=) na zodat de bovenpartner kan oefenen. Hierop kunnen steuntjes (zoals hurksteun, hoeksteun, spreidhoeksteun, krokodil) op worden geoefend en ook handstanden.

Bij balanselementen wordt er een houding aangenomen die minimaal drie seconden moet worden aangehouden, bij tempo-elementen wordt de bovenpartner geworpen, waarbij deze bijvoorbeeld een salto maakt. Normaal gesproken wordt er een combinatie oefening uitgevoerd, bij hogere niveaus is er een aparte balansoefening en tempo-oefening. Op het hoogste niveau, de A-lijn, worden er drie oefeningen getoond. Alle drie met dans en individuele turnelementen, maar één oefening heeft alleen tempo elementen, één alleen balans elementen en ook één oefening met zowel balans als tempo elementen.

Acrogym wordt beoefend op A (hoogste),B,C,D of E niveau. Een niveau heet ook wel 'lijn'. Jonge teams kunnen ook het niveau pupillen (een vergelijkbaar niveau tussen de E en D lijn) of jeugd doen. Op een wedstrijd worden de oefeningen op muziek getoond aan een jury. Deze jury geeft een cijfer voor de moeilijkheid, voor de technische uitvoering en ze geven ook een cijfer voor artistiek. Een oefening bestaat uit tempo elementen waarbij de onderpartner(s) de bovenpartner(s) gooien (tot streksprong, maar in hogere niveaus ook in een salto of schroef), balansdelen (statisch, eventueel met overgangen, moet 3 seconden aangehouden worden!), dans, ballet, lenigheid en gronddelen.

Dit is turnen met meerdere personen, maar je doet ook individuele elementen in je oefening zoals een radslag of een salto. Het is de bedoeling dat je met een team op muziek je oefening maakt. Je raakt elkaar als partner aan binnen de oefeningen, zowel hand-hand contact, als hand-voet contact, als voet-voet contact tussen de partners onderling. Ook kan er gesteunt worden op andere lichaamsdelen zoals op de heupen of bovenbenen. Echter, in de dans gaan de partners vaak uit elkaar. Ook in te tempo onderdelen moet de bovenpartner een moment los komen van de bovenpartner, anders telt dit onderdeel niet voor de moeilijkheidswaarde.


acrobaat nathalie
NTK
NTK BETEKENT NIEUWE TURNKRING uitslagen van de acrowedstrijd van mij 24 NTK Apeldoorn Ciska Borghoff 7,1 6,37 9,8 0,6 22,67 39 15 Nathalie v.d. Horst

vraagje

VRAAGJE
VRAAGJE
ik zou het leuk vinden als jullie bij mij op acrogym of op turnen kwamen

info turnen

turnen
Turnen was al bekend in de tijd van de Romeinen, die het arte Gymnastica noemden. De basisvormen van de huidige turntoestellen en turnbewegingen werden echter ontwikkeld door Friedrich Ludwig Jahn (1778-1852), de grondlegger van de 'Duitse School'. In 1811 opende Jahn op de Hasenheide bij Berlijn de eerste Turnplatz. Samen met zijn leerling Ernst Eiselen ontwierp hij turntoestellen, onder andere de brug en de rekstok.

In Nederland ontstond de eerste gymnastiekvereniging in 1830. Op 15 maart 1886 werd het Nederlandse Gymnastiek Verbond opgericht. Vijftig jaar later mocht dit verbond zich Koninklijk noemen en sindsdien heeft het zich ontwikkeld tot een sportbond van meer dan een kwart miljoen leden. Later volgde een fusie met de NKGB, en gingen de beide organisaties verder als de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Bond (KNGB). Sinds het seizoen 1999/2000 zijn de KNGB en de christelijke bond Koninklijk Nederlands Christelijk Gymnastiek Verbond (KNCGV) gefuseerd tot de huidige Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU). Bij de christelijke bond turnde men op 5 toestellen, terwijl bij de KNGB op 6 toestellen werd geturnd. Door de fusie werden enkele regels voor het wedstrijdturnen gewijzigd voor een tijdelijke periode van drie jaar, behalve in de A-lijn (het hoogste niveau). Een van deze tijdelijke veranderingen was dat het toestel waarop het slechtst gepresteerd was niet meetelde in de puntentelling.

[bewerken] Het verschil tussen gymnastiek en turnen
Hoewel gymnastiek en turnen soms als synoniemen worden gebruikt, is het toch niet hetzelfde. Ten eerste moet er een onderscheid gemaakt worden tussen gymnastiek op school en gymnastiek van het Nederlandse KNGU of de Vlaamse GymFed. Onder gymnastiek op school valt een grote verscheidenheid aan sporten, waaronder turn(onderdelen). Daarnaast omvat gymnastiek bij de KNGU/GymFed naast turnen ook andere disciplines, waar onder ritmische gymnastiek, trampolinespringen, rhönradturnen, acrogym, aerobics en tumbling.

[bewerken] De training
Wedstrijdturners trainen minimaal 2 tot 3 uur per week om de elementaire beginselen van het turnen te leren. Om aan de landelijke competitie mee te doen, is meer training nodig en zal een turner al op jonge leeftijd, vaak voor het negende jaar, moeten beginnen met de training. Drie tot vijf keer per week trainen, en dan 3 á 4 uur per keer, is geen uitzondering bij deze sport.

Bij topsport (hoogste niveau) wordt vaak 20 tot 30 uur per week getraind, wat soms moeilijk te combineren is met een gewoon lesrooster.

Bij het trainen van nieuwe onderdelen wordt gebruikgemaakt van de valkuil. Deze kuil is gevuld met schuimrubber blokken die de val vaak breken als het mis gaat. Om de brug of rekstok te oefenen wordt er ook vaak gebruik gemaakt van de zogeheten straps. Dit is een ijzeren rekstok, waar de turn(st)er zich zelf vastmaakt met behulp van bandjes. Om op de balk moeilijke onderdelen in te studeren zijn er verschillende soorten balken, je hebt de grondbalk om op te beginnen. De naam zegt het al, de balk is verwerkt in de vloer, of ligt maar een paar centimeter boven de vloer. Hierna gaat met vaak naar een wat hogere balk met een verbreder, waardoor de balk geen 10 centimeter breed meer is, maar 15 of 17 centimeter breed. De volgende stap is een balk die misschien iets hoger is en waar dan een dun matje op gelegd wordt. Daarna wordt het matje weggehaald en dan is het zover dat je het onderdeel op de hoge wedstrijdbalk kunt uitvoeren. Om op de vloer bijvoorbeeld een dubbelsalto te leren kan er eerst geoefend worden met een "gordeltje" dit is een tuigje waar de turn(st)er in vastgemaakt wordt. Dit tuigje zit vast met elastieken, de turn(st)er kan als het ware opgehesen worden zodat de kans kleiner is dat hij/zij hard op de grond valt.

[bewerken] Het belang van lenigheid en kracht
In een oefening moet de deelnemer verschillende kracht- en lenigheidsonderdelen laten zien. Ook komen bij sommige toestellen zoals rekstok en brug zogenaamde 'vluchtelementen' voor; onderdelen waarbij het toestel even wordt losgelaten en weer wordt vastgepakt.

[bewerken] Het belang van lenigheid, kracht en conditie
Bij turnen zijn lenigheid, kracht en conditie van groot belang. Lenigheid vermindert de kans op blessures. Kracht en conditie zijn nodig om de wedstrijd vol te houden en om achtereenvolgens verschillende kracht- en lenigheidsonderdelen uit te voeren. Turnen is een erg intensieve sport: een krachtsexplosie en daarna weer uitrusten. Na een korte oefening is een deelnemer meestal al erg moe.

Lenigheid (en kracht) zijn ook nodig op de evenwichtsbalk, waar gymnastische sprongen en acrobatische series worden uitgevoerd.

Kracht is noodzakelijk bij het maken van een sprong. Met een harde aanloop wordt snelheid gecreëerd die dan omgezet wordt in een opwaartse beweging.

Bij sommige toestellen zoals rekstok en brug komen zogenaamde 'vluchtelementen' voor; onderdelen waarbij het toestel even wordt losgelaten en weer wordt vastgepakt of in geval van de brug van hoge legger naar de lage legger wordt gezwiept. Ook hier zijn conditie, kracht en lenigheid noodzakelijk.

[bewerken] De toestellen
Er zijn 6 verschillende toestellen voor het herenturnen en 4 verschillende voor het damesturnen.

Voor de Heren (in Olympische volgorde):

Vloer
Paard voltige
Ringen
Sprong
Brug met gelijke leggers
Rekstok
Voor de Dames (in Olympische volgorde):

Sprong
Brug met ongelijke leggers
Evenwichtsbalk
Vloer
Sprong en vrije oefening vloer bestaan dus zowel voor dames als voor heren. Vroeger werden deze twee toestellen verschillend gebruikt; tegenwoordig geldt dat alleen nog voor de vloer. Bij sprong moesten de heren lengte paard springen en de dames breedte paard. Omdat door de toenemende moeilijkheidsgraad van de sprongen het klassieke paard onveilig was geworden, is het paard sinds 2002 vervangen door de 'Pegasus'.

Bij de vrije oefeningvloer doen de dames hun oefening op (instrumentale) muziek en de heren zonder. De oefening mag niet langer dan 1 min 30 duren en de tijd wordt pas opgenomen vanaf de eerste beweging . Als men de 1 min 20 bereikt heeft, hoort men een piep (dames - alleen bij de balkoefening) die aangeeft dat de oefening afgerond moet worden. Duurt dit te lang, dan zullen er punten voor afgetrokken worden van de score van de turner of turnster. Dit geldt hetzelfde voor de evenwichtsbalk. De evenwichtsbalk is 10 cm breed.

[bewerken] De oefeningen
Bij de meisjes tot en met de leeftijd van pupil 2 zijn de te turnen oefeningen voorgeschreven. Wanneer de turnster 'jeugd' wordt, zijn de oefeningen gebaseerd op keuze. De turnster kan dan, in overleg met de trainer, zelf een oefening samenstellen met verschillende elementen, volgens de in het reglement gestelde eisen. In de hogere niveaus wordt hiervoor het reglement van de internationale turnfederatie (FIG) aangehouden. Afhankelijk van het aantal geturnde onderdelen per moeilijkheidsgraad (A t/m super E) kan een bepaalde uitgangswaarde voor een oefening worden verdiend. Uitzondering hierbij is sprong, waarbij de waarde wordt bepaald door de 'sprongtabel'. Daarnaast wordt een turnoefening beoordeeld op uitvoering (netheid, techniek, etc.). De totaalscore wordt bepaald door de combinatie van het uitgangscijfer met het cijfer voor uitvoering.

Enkele voorbeelden van turnoefeningen:

Flik-flak
Arabier (ook wel rondat genoemd)
Radslag
Vrij rad
Salto
Handstand
Overslag
Koprol
[bewerken] De kleding
Ook de kleding en andere materialen van de deelnemer zijn op een wedstrijd van belang. Voor verkeerde kleding kunnen door de juryleden punten worden afgetrokken. De kledingvoorschriften zijn daarom opgenomen in de jureringregels (Code of Points) van de FIG (Fédération Internationale de Gymnastique - Internationale Gymnastiekfederatie). Voor heren gelden volgende regels (Code of Points 2006):

Paard (voltige), ringen, rekstok, brug: singlet (mouwloos T-shirt), lange gymnastiekbroek, sokken. Donkere kleuren voor de kleding zijn niet toegestaan. Turnschoentjes zijn toegestaan, maar niet verplicht. De schoentjes moeten sterk, maar tevens flexibel zijn. Ze moeten bij het turnen goed meebewegen en tevens de turner tegen wegglijden behoeden.
Sprong en vloer: ofwel zelfde kleding als boven, ofwel een korte broek met of zonder sokken en/of schoentjes. Deze beide oefeningen mogen naar keuze van de gymnast dus blootsvoets worden uitgevoerd.
De heren gebruiken ook nog zogeheten "leertjes" voor de rekstok en de ringen voor de rekstok gebruiken ze leertjes waar 3 vingers in passen, voor de ringen gebruiken ze leertjes waar maar 2 vingers inpassen, dit is omdat er op de rekstok veel grotere krachten op de handen plaatsvinden dan bij de ringen. Dames gebruiken vaak ook leertjes, dit verschilt alleen per turnster. De een vindt het prettig en de ander niet. Dit heeft onder andere te maken met de dikte van de stok. Leertjes zijn een soort handschoentjes die de handen beschermen tegen blaren. Verder zorgen ze ook voor meer grip, maar het belangrijkste is dat ze de krachten van de handen overbrengen naar de polsen. Bij het turnen wordt verder dikwijls magnesiumcarbonaat gebruikt. Ook dit dient om betere grip op de toestellen te krijgen, magnesiumcarbonaat zorgt er namelijk voor dat je geen zweethanden krijgt.
Dames dragen tijdens wedstrijden verplicht een turnpakje. Het mag geen smalle schouderbandjes hebben; de keuze voor een pakje met of zonder mouwen is vrij. Het dragen van een turnbroekje is voor dames niet toegestaan. Het ondergoed mag niet onder het pakje uitkomen en men mag geen sieraden dragen. Dat laatste heeft ook te maken met veiligheid; het voorkomt dat de deelnemers met hun sieraden ergens aan kunnen blijven hangen. Het dragen van sokken en/of turnschoentjes is bij de dames toegestaan, maar voor geen enkele oefening verplicht. In de meeste gevallen turnen dames overigens op blote voeten. Dit wordt in de eerste plaats gedaan om meer grip te hebben; men kan het toestel dan beter aanvoelen. Veel mensen vinden blote voeten ook esthetischer. Op de ongelijke brug wordt door steeds meer dames gebruikgemaakt van leertjes.

[bewerken] De leeftijdscategorieën
[bewerken] Heren
Voor wedstrijdturnen zijn leeftijdscategorieën ingesteld. De leeftijdscategorie wordt aangegeven door een letter die het niveau/ categorie aangeeft en een cijfer dat de leeftijd aangeeft. Doorgaans schuift men na twee jaar door naar de volgende en tevens wat moeilijkere leeftijdscategorie. Het top- en dus wereldniveau is de "A"-lijn. De gewone topsport is de "B" -lijn. De gewone wedstrijdsport is de "C"-lijn. In zowel de B- als de C-lijn komt men uit op de Nederlandse Kampioenschappen. Het volgende niveau is meer een recreatieniveau. Hierbij doet men alleen mee aan regionale wedstrijden. Het cijfer uit de leeftijdscategorie staat verwijst naar het geboortejaar van de deelnemer. Is deze bijvoorbeeld in 1981 of 1982 geboren dan zit hij in leeftijdscategorie 1. En is hij in 1983 of 1984 geboren dan zit hij in leeftijdscategorie 2. Wie twee jaar in leeftijdscategorie 1C heeft geturnd gaat niet direct naar de B-lijn, maar dan moet eerst 2 jaar achtereen 1e of 2e zijn geworden op de Nederlandse Kampioenschappen.

Op dit moment zijn er in Nederland bij de heren 7 leeftijdscategorieën, te weten:

Benjamin (6-7 jaar)
Instap (8-9 jaar)
Pupil (10-11 jaar)
Jeugd (12-13 jaar)
Junior I (14-15 jaar)
Junior II (16-17 jaar)
Senior (18 jaar en ouder)
De leeftijdscategorieën Benjamin, Instap en Pupil werken volgens voorgeschreven oefenstof. Dit is bij de niveaus 11-17 volledig voorgeschreven en bij de niveaus 10-6 voorgeschreven met keuze-elementen. Een hoger niveau dan niveau 6 kan in de voorgeschreven oefenstof niet bereikt worden. De talentendivisie, de hoogste divisie, voor de leeftijdscategorie Pupil is niveau 6. Hierna ga je over naar de leeftijdscategorie Jeugd, waar je niveau weer kan stijgen. In de leeftijdscategorieën Jeugd, Junior I, Junior II en Senior werk je in de niveaus 1-10 met keuze-oefenstof. Bij de niveaus 11-17 blijft dit voorgeschreven oefenstof, welke dezelfde is als voor de categorieën Benjamin, Instap en Pupil.

[bewerken] Dames
Bij de dames wordt een ander systeem gehanteerd. Voor de leeftijdsgroepen is de leeftijd die de deelneemster op 31 december van het betreffende seizoen heeft bereikt bepalend. Dus als de turnster in het jaar waarop de wedstrijden gehouden worden 16 jaar wordt, maar het nog niet is op de wedstrijden zelf, wordt zij toch ingedeeld bij de Senioren. (NL)

Instap: 9 jaar
Pupil 1: 10 jaar
Pupil 2: 11 jaar
Jeugd: 12 - 13 jaar
Junior: 14 - 15 jaar
Senior: 16 jaar en ouder
(BE)

pupil (instap): 8 jaar
benjamin: 9 jaar
miniemen: 10 - 11 jaar
beloften: 12 - 13 jaar
juniores: 14 - 15 jaar
seniores: 16 jaar en ouder
Naast leeftijdsklassen kunnen er ook verschillende niveaus worden onderscheiden. Met ingang van het seizoen (2005-2006) is in Nederland het Nationaal Turn Systeem (NTS) ingevoerd, waarin 17 verschillende niveaus worden onderscheiden. In de jaren daarvoor werd er onderscheid gemaakt tussen topsport - het hoogste niveau, de Nationale Wedstrijd Sport (NWS) en het uit 12 niveaus bestaande Landelijk Oefenstof Systeem (LOS) waar alle leeftijdsgroepen aan konden deelnemen. Vanaf 2009 komt er weer een nieuw NTS systeem.

[bewerken] De wedstrijden
Een turnseizoen telt diverse wedstrijden voor zowel jongens en heren als meisjes en dames. De meeste wedstrijden betreffen een meerkamp volgens de 'olympische' standaard, dus 4 voor de dames en 6 voor de heren. In Nederland worden door de KNGU Nederlandse Kampioenschappen georganiseerd (alleen voor senioren dames en heren op het hoogste niveau), Bondskampioenschappen en voorrondes (meestal per district). Lokaal vinden ook regionale wedstrijden plaats en onderlinge wedstrijden binnen verenigingen. Naast individuele wedstrijden, waarbij clubleden van verschillende turnverenigingen het individueel tegen elkaar opnemen, zijn er ook clubteamwedstrijden. Bij teamwedstrijden telt niet het individuele resultaat, maar de totale score van een door een vereniging afgevaardigd team van turners. Hierbij wordt bij ieder turn-onderdeel cijfers gegeven door juryleden. Hierbij kijken ze naar de lenigheid, of er bepaalde bewegingen, zoals een handstand, in zit en de nauwkeurigheid. De cijfers worden gegeven op een schaal van 1 tot 10. Degene met de hoogste cijfers krijgt bij een clubteamwedstrijd meestal een beker. Nummer 2 en 3 zullen een medaille ontvangen en de rest krijg meestal een vaantje